Op 12 januari 1964 besluit John Okello, huisschilder in het Sultanaat Zanzibar, dat het genoeg is. Het eiland moet weer van de oorspronkelijke inwoners worden. Samen met 600 anderen, zwarte, arme Afrikanen, ontwapenen ze de politie die gelieerd is aan de sultan van Oman. Binnen een dag is de coup voltooid. Hierop vindt een etnische zuivering plaats: Arabieren en Aziaten (voornamelijk Indiers) dienen binnen 24 uur het land te verlaten. Met slechts een enkele koffer in de hand worden zij het eiland met machetes afgejaagd. De nieuwe regering gaat de politiek bedrijven gericht op Oost-Europa, de Sovjet Unie en China. Er onstaat een nieuw land: Tanzania. Zanzibar is hier onderdeel van, zij hebben een eigen regering en eigen wetten. Onafhankelijk zijn ze echter niet. Ook door de FIFA zijn zij niet erkend als aparte voetballidstaat. De poging om zich te plaatsen voor de CONIFA cup, het alternatieve WK voor niet erkende landen, faalde hopeloos.

Zanzibar is een etnische zeer divers eiland. Er staan 52 moskeeën, voor zowel sjieten als soenieten. De Islam wordt op vele manieren bedreven. Vrouwen, zowel van het ‘mainland’ Tanzania als Westerse toeristen, zijn zonder hoofddoek gewoon welkom. Tegelijkertijd lopen er meisjes van twee jaar oud met een hoofdoek rond en geven sommige vrouwen mannen (in het openbaar) geen hand. Stone Town heeft verder een Anglicaanse Kerk, een Protestantse kerk en een Boedistisch godshuis.

Op Zanzibar geldt nog steeds de wet dat gebouwen niet hoger mogen zijn dan de woning van de Sultan. Het paleis, genaamd House Of Wonders, staat aan de kust van het Oost-Afrikaanse eiland. Het gebouw staat al jarenlang op de werelderfgoedlijst van UNESCO. De regering krijgt zodoende al geruime tijd geld om het gebouw, wat werkelijk in erbamelijke staat verkeerd, op te knappen. Het geld komt echter vooral in de zakken van de President terecht. Naast het feit dat het House of Wonders de woning van de voormalige Sultan was, is het huis een historische plaats voor twee gebeurtenissen. Het had de eerste elektrische lift in Afrika en het gebouw had het allereerste elektische licht op het continent.

In de hoofstad Stone Town kom je nog meer objecten uit het verleden tegen. Nadat je het echte centrum met al haar smalle straatjes hebt verlaten, vind je echte Oostblok flats. De populairste apartementen van de stad zijn geschonken door Oost Duitsland. Dit had natuurlijk te maken met de politiek die gericht was op Oost Europa. Daarnaast hebben de Chinezen een hoop schenkingen gedaan: er rijden (panda) busjes rond met Chinese tekens. Bovendien heeft de Chinese regering in 1970 een sportstadion laten bouwen: het Amani Stadium.

 

In het Amani Stadium wordt elk jaar, in de periode van ongeveer 30 december tot en met 12 januari, de Mapinduzi Cup gehouden. Dit toernooi vindt plaats ter viering van de revolutie in januari 1964. Teams uit Zanzibar, Tanzania en één uit Kenia strijden om de eer. Het toernooi is uitermate populair. Elke dag worden er twee á drie wedstrijden gehouden op het hete kunstgrasveld van het stadion. Laat dit nu net de periode zijn dat ik samen met mijn vriendin op het eiland verblijf.

Donderdag ochtend, het is onze eerste ochtend op het eiland. De avond hiervoor zijn wij aangekomen op het snikhete eiland. Nadat we onze bagage op de vloer van de aankomsthal hebben teruggevonden - een bagageband ontbreekt - lopen we naar buiten voor de taxi waar mijn schoonvader in zit. Hierop barst er een gigantische regenbui los. In de taxi naar zijn appartement vertelt mijn schoonvader de opmerklijke eigenschappen van het eiland in vogelvlucht. De benzine is bijna op, want ze zijn vergeten de boot met de brandstof te lossen. Tevens staan er elke ochtend lange wachtrijen bij de pinautomaat, want het geld is elke middag ook op. Ons wordt aangeraden de dag erna vroeg op te staan om geld te pinnen.

Het zweet staat op mijn voorhoofd, het is zo drukkend heet dat ook genoeg Zanzibari zwoegend deze hitte doorkomen. Het geld is gelukkig wel binnen. Mijn hoofd zit na een ochtend in de binnenstad propvol indrukken. De smalle straatjes waar de scooters en motoren gewoon doorheen rijden alsof het kinderwagens zijn, de markt met goedkope, neppe koopwaar en de bedrukkende hitte. Ik ben blij als ik samen met mijn vriendin mag neerploffen in een restaurant aan de kust. Daar zit mijn schoonvader, die hier vrijwilligerswerk doet en onder andere gidsen opleidt. Twee studenten, een jonge man en vrouw, zitten bij hem aan tafel. De man heeft, net als vele andere mannen, een voetbalshirt aan van een Europese topclub. Ze vragen ons wat we studeren en andere persoonlijke dingen. Uiteraard valt het gesprek op voetbal en ik geef aan graag naar het toernooi te willen. Ik laat hem het speeschema zien en ik wil graag weten wat de beste wedstrijd is om naar toe te gaan. Dolenthousiast wijst hij ons op de eerstvolgende wedstrijd, die amper vier uur later begint.

Het is JKU tegen Yanga. JKU komt van het eiland af en is de winnaar van de vorige editie. Yanga is een topclub uit Tanzania. Een topwedstrijd, schijnt. De twee gidsen in spé geven dolenthousiast aan ons mee te willen nemen naar het stadion. Amper bekomen van alle indrukken sla ik dit aanbod uiteraard niet af.

Via een oud, versleten busje, ook wel een dalla dalla genoemd, waarin wonderbaarlijk 21(!) mensen zitten, komen we aan bij een buitenwijk. Woningen van baksteen en beton worden ingeruild voor glofplaatjes en hout. Er is al een wedstrijd bezig in het stadion, en rondom het stadion is het al heerlijk druk. Mijn hartslag versneld. Een compleet nieuwe ervaring. Er liggen honderden, zoniet duizenden voetbalshirtjes op de grond. Er wordt watermeloen verkocht, evenals gegrilde mais. Op dat moment eindigt de voorgaande wedstrijd en stroomt het stadion leeg. Mensen kopen een nieuw kaartje, dat omgerekend nog geen euro kost, en gaan weer in de rij staan om de tribune op te mogen. Wij kopen voor ongeveer €1,70 een kaartje voor de dure tribube.

Vijf minuten voor aanvang, de wedstrijd moet om 16.15 beginnen, komen de vier scheidsrechters het veld op voor een warming up. Tot mijn grote verbazing loopt daar een vrouw tussen. In dit conservatieve land, en in deze misschien nog wel conservatievere sport, zijn vrouwen een uitzondering in een door mannen gedomineerde cultuur. Op hun dooie gemak rondt zowel de arbitrage als de teams hun warming up af. Imiddels is het 16.23 als het veld leeg is en iedereen zich kan opmaken voor de opkomst der beide elftallen. Wanneer dit moment zover is, wordt de muziek te laat gestart. Op een sukkeldrafje komen de teams het veld op. Zij poseren zich recht voor de hoofdtribune, en op dat moment komt er een veel te dikke meneer het veld op. Hij mag schijnbaar ook nog even de handen schudden. Het is 16.30 als de wedstrijd eenmaal begint.

Een Nederlandse vierdeklasser is er niks bij. Lange halen snel thuis is hier het motto, maar een bal normaal aannemen is er niet bij. Het harde veld en een daardoor flink opstuiterende bal maakt enigszins normaal voetbal onmogelijk. Het publiek is erg tam. Gedurende de wedstrijd stroomt de tribune nog steeds vol en naar schatting zitten er zo’n 6000 toeschouwers. Stiekem ben ik blij dat het rust is, het voetbal is niet om aan te gluren en ik heb het heet.

De tweede helft brengt gelukkig veel meer entertainment. De ''thuisploeg'' JKU gaat op jacht naar de openingstreffer. Ondanks dat het de bekerhouder is, zijn ploegen van het 'mainland' Tanzania kwalitatief beter. Na 85 minuten wordt de Man van de Wedstrijd uitgeroepen. De mensen gaan massaal staan en klappen en juichen voor de nummer 3 van JKU. Hij wordt bijna letterlijk vereerd. Een hele eer schijnt het hier dus te zijn om Man van de Wedstrijd te worden. Na een tweede helft vol kansen, wilt de bal er voor de thuisploeg echt niet in. Het voetbalgezegde ''als je hem zelf niet maakt, dan scoort de tegenstander hem'' geldt in Oost Afrika ook. In de allerlaatste minuut - langzaam had ik al rekening gehouden met een 0-0 - scoort Yanga de winnende treffer. De helft van het publiek verlaat boos en teleurgesteld het stadion, de andere helft schreewt het van vreugde uit. Alsof de beker al binnen is vieren de mensen feest. Ook op straat gaat het feestje bij de helft van de Afrikanen gewoon door!

Zanzibar, het veertiende land waar ik een voetbalwedstrijd bezocht, heeft mij een unieke kijk geboden. Zowel voetbal gerelateerd als in het dagelijks leven. Een ervaring om nooit te vergeten!