De derby

Een hele week lang is er één onderwerp waar over gepraat wordt. Zaterdag staat de wedstrijd tegen 'die andere club' op het programma. De wedstrijd die gewonnen móet worden. Op het schoolplein worden alvast de eerste steken onder water uitgedeeld. Wij tegen hen, vier tegen vier. Een kwartier lang. Geen winnaar. Op vrijdagmiddag zeggen we niks tegen elkaar. Het is stil in de klas. De juf kijkt ons niet begrijpend aan.

Op zaterdag ochtend is het zover. De belangen zijn groot. Als ik op de club aankom, komt de trainer al naar me toegelopen: Lekker geslapen? Als het team compleet is, Mo was natuurlijk weer te laat, vertrekken we naar de kleedkamer. Kleedkamer 6L. Het ruikt er naar voetbal. Naar gras en modder. AA. En van die vieze ziekenhuislucht die ik alleen ruik als papa gaat sporten. Snel de tenues aan. Schoenen aan. Ik kan niet wachten. De trainer zegt dat we mogen gaan warmlopen. Ik pak de ballenzak en ren naar het veld. De trainer hoor ik niet eens meer roepen. Buiten adem kom ik aan. 

Daar lopen ze. Een grote mond, net als in de klas en op de pleintjes. Na een korte warming-up fluit de scheidsrechter. De vader van Mo fluit vandaag. Altijd eerlijk. Helaas. Zij krijgen aftrap. 

Dik twintig minuten later zitten we aan de limonade. Die is zoals gewoonlijk weer te zoet. Boos kijken we naar Mo, het was zijn vader die die vrije trap gaf waar de 0-1 uit viel. De trainer probeert ons op te peppen: de tweede helft is voor ons. Nu wij weer. Denk aan je taak. En maak plezier!

Een half uur later is het Mo die op de schouders gaat. Twee doelpunten maakt hem de held van het team. Nog belangrijker, maandag zullen ónze verhalen overheersen in de kring.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.